Wednesday, 16 November 2016

ideas in my head


What if
the ideas in my head
would just flicker on
like the lamps in the street
when the dark has begun
And the lightbulb in the room
If I'd screw it a little tighter
would the thoughts in my eyes
flash a little brighter
It's only time
It's only faith

Tuesday, 15 November 2016

About war





















When all the things you tried to think were good
have suddenly become the source of fear,
then at the very place where you first stood
has someone dropped an unforgivenlly tear.

And on the ground where those now lit the lights
I'm standing still but without things to know
'Cause we all be and go just like the tides
and can not say: Oh time, I miss you so.

Yes, everyhting has changed and not a sign
of knowledge here is to be claimed as mine.


Sunday, 13 November 2016

met gesloten ogen





















Ik kijk toe met gesloten ogen
hoe je snel je handen dichtslaat
Hoe je ogen de waarheid vertellen
als je haar voelt tintelen op je huid
in de kooi die je net hebt gemaakt
Je luistert, concentreert
Kijkt plots op
en toont trots en met geluk
dat je nu eindelijk begrijpt
wat mijn gedachte wilde vertellen



Saturday, 12 November 2016

The temptation of desire



The temptation of desire
that makes us feel the way we do
is nothing more than just a liar
but we haven't got a clue


Wednesday, 9 November 2016

leaning on the ceiling






















Just as if the woods turn grey and dark
appears a warm sparkle in my hand
and everything seems to be
broken and made
confusing thoughts and
everyhting's leaning
on the ceiling
and it's noticeable
how the words in my head
trade with time
and have a game
which all leads to
the perfect solution
of how I'm just a child
lost in the woods grown by
my own attempts of
trying to understand

Wednesday, 19 October 2016

glass between us





















I know now that it's hard
It's hard to turn things around
To bend them back the way they were
Folded paper
spoken words
scrachted paintings
refind thoughts
The way we look at people
doesn't contain just the people
but I wonder if it contains you and me
Does the glass between us
suddenly have a scratch?
Or is that only on my side of the window?
I hope
maybe we can bend it just enough
without letting it break

Tuesday, 18 October 2016

Het monster van de ochtend


De eerste lichtjes
in het gras
geven het wit van mijn vacht
een donkere kleur

Maar met trots
mag ik wel zeggen
schrijd ik door de blaadjes
die mijn weg anders willen banen

Halfdichte ogen
wakende oren
in de gele gloed
van de koele uren

Ben ik het monster van de ochtend
ze is alleen van mij
maar wacht
komt daar opeens de man
























Sunday, 4 September 2016

Perspective





















The words are on my lips.
The that change the perspective from what I see.
That may change the perspective from what you see.
So close, but so far away.
Though I don't want to sounds like a cliché.
Because all that isn't of this world, this now.
And maybe I still want to need them.
But I know that's not going to help.
Because we don't want thesame.
We want to change.
So badly.
And I don't know why.
Those words, that image, that place.
I don't know what to do.
How to make you see.
Although
Maybe not the now
Maybe the why
Maybe I'm scared.
That my perspective won't be yours.

Saturday, 30 July 2016

Nieuw



Nieuw
Het voelt nieuw
Kunnen mensen elkaar voelen?
Geestelijk, lichamelijk
Spanning
huid op huid
De kleur van ogen
Bewuste bewegingen
Onbewuste bewegingen
Contact
Contact is goed
Contact is fijn
Overtuig me soms wat meer
Het voelt nog te nieuw

Thursday, 7 July 2016

Ogen onder de felle lichten






















Ik keek omhoog. De lucht pikzwart, de felle lichten waren zo helder dat ik me afvroeg of de zon zo fel kon zijn. Daar zag ik hem staan. In de regen die als druppels een leger vormden dat zich om hem heen sloot, waardoor zijn silhouette tenger en mager leek. Een paar passen naar voren, waardoor ik gelijk al het kille, ijzige water tot op mijn botten voelde. Zwaar donder. Als God die besloot zijn vinger even op de aardbodem te plaatsen. De ramen schudden. Nog een paar passen, tot ik rende en mijn hart niet alleen in mijn ribben voelde, maar ook in mijn keel, mijn hoofd en overal in mijn lichaam. Mijn benen stopten, afwachtend van wat er zou komen. Hij draaide zich niet om. De bruine haren leken nu zwart, de slanke hals leek blanker. Ik wist dat ze blauw zouden zijn. Het lichte blauw met donkere vlekjes die in het licht als goud waren. Maar nu was het niet licht, nu was het koud en werden onze ogen geteiserd door het diepe zwart en de witte lichten die soms zo onverwachts kwamen. Hij draaide zich om. Ik keek naar zijn borst, hals, kin, neus, haar. Alles was nog precies hetzelfde als een half jaar geleden. En zijn ogen. Ik was niet verbaasd, bang of geschrokken. Ik wist het al. Zijn ogen waren licht. Zo licht als ik ze nog nooit had gezien. Het felle blauw stond in contrast met al het andere dat een donkere gloed had gekregen. De vlekjes waren edelstenen geworden, die toen het felle licht weer kwam, zich van alle kanten lieten bewonderen. Hij lachte. Het was een eerlijke lach. Het stond hem goed. Ik wist gellijk weer waarom ik terug was gekomen. Dat ik niet door de anderen was geroepen, maar door hemzelf, misschien zonder dat hij dat zelf wist. Hij lachte en ik lachte mee. Ik lachte van vreugde en ik voelde het in mijn buik. De lach die alle tranen verwierp en alles wat zwart was, weer kleur zou laten krijgen. Ik voelde het in mijn buik en in mijn hart. Mijn hele lichaam vertelde me dat hij het was.
‘Erin, wil je met me huilen? Naar het onweer?’ Zijn ogen vroegen het me voordat zijn stem dat deed. Zijn stem was diep en vol oprechtheid. De klank was anders, maar rijk. Verrassend, maar verrukkelijk. Ik lachte naar hem en pakte zijn hand. Het voelde alsof ik het al vaker had gedaan, het voelde bekend. Onze klank zwel aan. Ik huilde en voelde hem huilen. Als wolven huilden we naar de felle lichten, het zware donder en de beklemmende regen. Ze leken verslaanbaar. Wij leken onoverwinnelijk. Het leek allemaal zo goed.

De nacht was wakker en straalde warmte en energie af. We hadden lang gehuild, tot onze kelen er pijn van deden. Maar dat maakte niet uit, zijn hand was sterk en mijn hart was gevuld met het goud van zijn ogen. De volgende dag zou het onheil van hoe het verder zou moeten met zich meebrengen. Maar dat was voor morgen. Nu was nu. En nu was goed. En al die tijd wist ik niet dat mijn ogen zo donker waren geworden dat ze bijna zwart leken. En de vlekjes gloeiden en straalden als edelstenen.